Vrijdagochtend werd het Deelfietsen-project afgetrapt op het Bio Sience Park. Aan wethouder Robert Strijk de eer om het eerste rondje te maken op een knalrode fiets.
Our biggest milestone yet has been accomplished! We are now the proud owners of the electric lap record at Circuit Zandvoort. Together with professional racing driver, Beitske Visser we set a new time of 1.48,371 which beats the old record by 16 seconds!
Tijdens het Automotive Congress in Helmond op 7 juni 2017 is een Nederlands – Franse samenwerking op het gebied van Green en Smart Mobility van start gegaan. Om 15.45 tekende een cluster van Nederlandse bedrijven, kennisinstituten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) het convenant in het kader van het programma Partners for International Business (PIB). Zo worden gezamenlijk de kansen op het gebied van innovatieve mobiliteit benut.
Het doel van de PIB is het verbeteren van de algehele positie van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen gespecialiseerd in de mobiliteit van de toekomst, zoals elektrische auto’s, slimme laadinfrastructuur, klimaatneutraal openbaar vervoer, zelfrijdende en communicerende auto’s en smart – en lichtgewicht materialen. Het consortium wordt geleid door clusterorganisatie AutomotiveNL en bestaat uit een combinatie van 20 partners, waaronder zowel bedrijven, kennisinstellingen, brancheverenigingen als overheden. Deelnemers zijn APPM Management Consultants, Automotive Campus, Brightlands Materials Center, Dutch-INCERT, Ebusco, Kennis- en innovatiecentrum ElaadNL, EMOSS, Greenflux, Holst Centre / Solliance Solar Research, Last Mile Solutions, Nederlandse Ambassade Parijs, Pentacon Engineering, Polyscope, Sensata Technologies, Streetplug, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vereniging DOET, Technolution, TNO, TU/Eindhoven en UL International.
Kansen in Frankrijk
Aanleiding voor het convenant vormt de situatie van de Nederlandse automotive export, waarvan slechts 4% voor Frankrijk bestemd is. De inschatting is daarom dat de Nederlandse positie in Frankrijk sterk verbeterd kan worden. “De snelle ontwikkelingen naar duurzamere en slimmere vormen van mobiliteit, waar Nederland en Frankrijk beiden sterk in zijn, biedt kansen voor samenwerking en kennisuitwisseling”, aldus Eric van Kooij, Innovatie-Attaché van de Nederlandse Ambassade te Parijs. Het PIB-programma beoogt deze kansen te benutten door samen met de Nederlandse overheid zichtbaar te zijn in Frankrijk, onder andere door middel van het organiseren van beursdeelnames, seminars en bilaterale demonstraties.
AutomotiveNL directeur Benno Hüsken is verheugd dit programma te coördineren: “Nederlandse kennis en technologie op het gebied van disruptieve en innovatieve mobiliteit kan zeer waardevol zijn voor Frankrijk, hetgeen Nederland een kennis- en handelspartner bij uitstek maakt.” Onder andere door gezamenlijk met grote bedrijven en MKB’ers op te trekken en zichtbaar te zijn, door op te schuiven in de ontwikkelketen en door het uitoefenen van economische diplomatie presenteert de Nederlandse automotive sector zichzelf als innovatief en kwalitatief hoogwaardig. Hiermee wordt verwacht dat het marktaandeel in de Franse mobiliteitsindustrie duurzaam verbeterd kan worden.
Franse overheden
Ook de Franse overheden worden in dit programma actief benaderd. Zo kan de Nederlandse sector bijvoorbeeld een rol spelen in de wens van de Franse overheid om in 2030 minimaal 7 miljoen laadpunten voor elektrische auto’s beschikbaar te hebben, in de verduurzaming van openbaar vervoer en kan het oplossingen aandragen voor knelpunten in verkeersmanagement.
Helmond en Eindhoven zijn gezamelijk in de race voor de organisatie van het Europees congres over slimme mobiliteit 2019.
'Europees congres over slimme mobiliteit naar Brainportregio'Ook Amsterdam en Rotterdam waren in de race, maar de zijn verslagen door de Brabantse steden,
De Europese kandidatuur van Eindhoven en Helmond wordt gesteund door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het bedrijfsleven.
Als het evenement naar de Brainportregio komt dan worden de taken verdeeld. Eindhoven organiseert het congresgedeelte. Op de Automotivecampus in Helmond zijn demonstraties van nieuwe technieken, zoals voertuigen die met elkaar communiceren.
Provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en de 5 grote Brabantse steden gaan met innovatieve technologie het wegverkeer veiliger en efficiënter te maken.
Als onderdeel van een groot Europees project worden in Brabant op de A16, A58 en A67 de komende 3 jaar nieuwe C-ITS technieken getest en uitgerold, met nadrukkelijke aandacht voor het vrachtverkeer. Het geld daarvoor komt uit het CEF-fonds van de Europese Unie.
Noord-Brabant loopt voorop in de ontwikkeling van smart mobility-oplossingen om het vervoer van personen en goederen te verbeteren met de toepassing van nieuwe technieken. Gedeputeerde Christophe van der Maat: “Deze Europese subsidie is een erkenning van onze koploperspositie als het gaat om het testen van nieuwe technieken met C-ITS in de praktijk."
"Met dit project kunnen we deze kennis ook verder uitrollen met andere landen," aldus Van der Maat. "Belangrijk is dat we goede afspraken maken met internationale partners. Verkeer houdt uiteraard niet aan de grens op en voor gebruikers moeten de systemen vooral makkelijk en betrouwbaar zijn. Het is dan ook van wezenlijk belang dat dit soort systemen in alle landen op dezelfde manier werken.”
Met het project Intercor worden de komende 3 jaar nieuwe technieken in de praktijk getest op de A16, A58 en de A67. In dit Europese project wordt samengewerkt met België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om onder andere actuele, real-time informatie over wegwerkzaamheden, gevaarlijke situaties en capaciteit van truck-parkeerplaatsen langs de snelwegen aan weggebruikers te bieden.
Een belangrijke doelstelling van het project is ook om te testen hoe deze systemen grensoverschrijdend met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Daarvoor zijn internationale procedures en standaarden nodig.
Volkswagen gaat samen met de stad Hamburg werken aan projecten op het gebied van urbane mobiliteit, zoals het managen van autonoom rijden en parkeren, innovatieve auto-concepten en alternatieve technologieën, beheersing van de luchtvervuiling en intermodaliteit. Voor Volkswagen is de samenwerking een nieuw ‘bouwblok' in haar Together 2025 strategie. De samenwerking is bezegeld met een ‘memorandum of understanding' dat in de Kaisersaal van het stadhuis werd ondertekend door CEO Matthias Müller van Volkswagen AG en burgemeester Olaf Scholz van Hamburg. "We willen hier in Hamburg mobiliteit voor alle burgers garanderen. Tegelijk is ons doel om het verkeer schoner, rustiger en veiliger te maken. Dat kan alleen door technologische vooruitgang en wat we daarbij nodig hebben is de vindingrijkheid en de inventieve geest van de Duitse industrie. We streven daarom naar samenwerking met bedrijven als Volkswagen," aldus de burgemeester.
Müller voegde daar aan toe: "Mobiliteit blijft een basisbehoefte van de mens, zelfs in het digitale tijdperk. Steeds maar roepen om een ban op de mobiliteit leidt tot niets. Wat nodig is, zijn intelligente concepten die de auto deel laten uitmaken van de oplossing en niet langer deel van het probleem. Dit gaat om het verdrijven van oude denkwijzen en om het gezamenlijk werken aan verdere innovatie. Met onze kennis en ervaring willen we Hamburg tot voorbeeldstad voor intelligente mobiliteit maken."
De ontwikkelingen met betrekking tot duurzaamheid in mobiliteit volgen elkaar in hoog tempo op. Eén van de belangrijkste ontwikkelingen is elektrisch rijden. Eerder onderzoek door de ZZP Barometer wees al uit dat 57% van de zzp’ers een elektrische auto overweegt.
De Nederlandse overheid stimuleert duurzame mobiliteit, waardoor volledige elektrische auto’s momenteel vrijgesteld zijn van BPM, vrijgesteld zijn van motorrijtuigenbelasting en slechts 4% bijtelling hebben. Ook zijn er diverse fiscale voordelen bij de aanschaf van een volledig elektrische auto en een laadpunt.
Een volledig elektrische auto produceert zelf geen CO2. Toch is hij niet per definitie klimaatneutraal. Dat hangt helemaal af van de manier waarop de elektrische energie waar hij op rijdt is opgewekt. Wind- en zonne-energie zijn bijvoorbeeld veel groener dan elektriciteit uit een ouderwetse kolencentrale. Wil je dus echt milieuvriendelijk rijden, dan moet je er op letten dat de stroom waarmee je je auto oplaadt, wel groene stroom is.
Je kunt een elektrische auto opladen bij een laadpunt. Er bestaan drie verschillende soorten laadpunten; de laadpaal voor een thuis- of zakelijke locatie, een publieke laadpaal en een snellaadpaal. Wil je een laadpaal voor thuis of de zaak, dan moet je kijken of dit op eigen terrein kan of niet. Kun je een laadpaal op eigen terrein neerzetten, dan kun je dit regelen bij verschillende aanbieders van laadpunten. Is dit niet het geval, dan verschillen de mogelijkheden per gemeente. Bij een aantal gemeenten kun je een verzoek indienen voor een publiek laadpunt in de straat. Op de gemeentelijke website staat vaak vermeld wat de regels zijn.
Met een zakelijk laadpunt voor de deur onderneem je zichtbaar duurzaam en bezoekers kunnen indien gewenst op jouw kosten hun auto opladen als extra service naar gasten. Je kunt er ook voor kiezen een eigen laadtarief in te stellen om een deel van de investering in het laadpunt op deze manier terug te verdienen.
De laadpunt aanbieder zal samen met jou bekijken welk laadpunt het beste past bij je auto en situatie en indien gewenst zal een installateur ervoor zorgen dat het laadpunt gebruiksklaar is. Daarnaast krijg je een laadpas, waarmee je kunt laden bij je eigen laadpaal en alle openbare laadpalen.
Een snellaadpaal zie je niet overal, maar het netwerk breidt zich wel steeds verder uit. Bij snellaadpunten betaal je vaak een tarief per minuut en niet per geladen kW, zoals bij thuis, zakelijke en publieke laadpunten. Opwww.oplaadpalen.nl kun je alle openbare en snellaadpalen vinden.
Eigenlijk is er geen enkele reden meer om niet over te stappen op elektrisch rijden!
De gewenste maatregelen om het verkeer in de regio beter te laten doorstromen kosten meer dan wat gemeenten hadden gespaard als bijdrage aan de gesneuvelde Ruit. Dat betekent dat óf de provincie óf de 21 regiogemeenten extra moeten gaan bijleggen.
Anders moet er geschrapt worden in de voorstellen. Die kosten op papier nu in totaal meer dan 56 miljoen euro.
A67 en N279
Dat bleek dinsdagavond tijdens een uitleg in de Helmondse gemeenteraadscommissie Omgeving. De regiogemeenten presenteren op 28 juni samen met provincie en waterschap een pakket aan ingrepen voor mobiliteit. Die zijn erop gericht om verkeer vanuit de dorpen en steden sneller naar 'hoofdwegen' A67 en N279 te leiden en moeten gebruik van openbaar vervoer en fiets stimuleren.
Kosten
De kosten voor het aanpakken van de A67 (verbreding) en N279 (ongelijkvloerse kruisingen) komen op het bordje van rijk en provincie. Voor ingrepen op onderliggende wegen die van regionaal belang zijn, betaalt de provincie. De rest is in principe voor rekening van gemeenten.
Onderling zijn die nog volop in discussie over welke maatregelen gewenst zijn. Een heikel punt is de N279 tussen Veghel en Asten. Gemert-Bakel en Laarbeek hopen op verdubbeling van het aantal rijstroken. Helmond en de provincie zien dat niet zitten.
"Vanochtend ben ik met de trein naar Rotterdam gekomen, gebruikmakend van een Shell-kaart," vertelt Ewald Breunesse. "Nog maar enkele jaren geleden, zou dit ervaren worden als heel onwaarschijnlijk." Het mobilititeitsdenken is in beweging. Shell beweegt mee. Een gesprek over mobiliteitsontwikkelingen en –oplossingen in het Shell Downstream-kantoor aan het Weena met Ewald Breunesse en Robert Springer.
Shell Manager Energie Transities Ewald Breunisse is de man van (middel)lange termijnvisies vanuit een niet-commerciële, institutionele benadering. Shell Sales Manager Commercial Fleet Robert Springer zit meer aan ‘de klantenkant’, zoals hij het zelf omschrijft, maar met zijn gesprekspartner gemeen heeft dat hij graag vooruitkijkt. Twee verschillende invalshoeken, wat een bredere visie op het onderwerp geeft en het gesprek gelaagder maakt.
Auto of OV?
De wereld verandert, we kennen detrends: een groeiende wereldbevolking, groeiende energiebehoefte en het fenomeen verstedelijking, een toename van het aantal mensen dat in steden woont en werkt. Dat betekent ook meer auto’s in de stad, waardoor ook het gebruik van dit vervoermiddel minder comfortabel wordt. Breunesse: "Mensen zullen hierdoor vaker gebruik maken van het openbaar vervoer, zeker tussen grote steden onderling. Je ziet dit vooral bij jongeren die opgroeien in een stedelijke omgeving, voor hen is autobezit en –gebruik minder vanzelfsprekend dan voor eerdere generaties stedelijke jongeren. Auto of OV? Zelf maak ik ook telkens die afweging. Om naar hartje Rotterdam te komen, vond ik het vandaag makkelijker om met de trein te komen."
Shell Mobility
Met het mobiliteitsconcept Shell Mobility speelt Shell in op het veranderende mobiliteitsdenken. Shell Mobility biedt mensen de mogelijkheid om flexibel omte gaan met mobiliteit. Dat wil zeggen dat gebruikers de keus hebben uit diverse vervoermiddelen en services op basisvan wat hen het beste uitkomt. Robert: "Werknemers kunnen met Shell Mobility zelf het vervoermiddel kiezen dat het beste bij hen past. De daarbij gemaakte kosten hoeven niet meer door de werknemer zelf voorgeschoten te worden. Bedrijven profiteren van administratieve vereenvoudiging en betere management informatie. Alles komt automatisch op één btw-verzamelfactuur. Dat is niet alleen overzichtelijker, het scheelt ook veel tijd en moeite in het verwerken van declaraties. Het is mogelijk online de reiskosten te bekijken en te analyseren om op die manier te ontdekken of er optimaliseringsmogelijkheden zijn. Bovendien wordt reistijd werktijd, want e-mailen en telefoneren doe je bijvoorbeeld in de trein."
Mobiliteitsoplossingen
"Je ziet dat het denken over ‘de auto van de zaak’ zowel bij medewerkers als bij werkgevers de laatste jaren verandert," aldus Springer. "Er wordt veel meer vanuit een breder perspectief naar mobiliteit gekeken. Bedrijven onderzoeken hoe zaken die met mobiliteit te maken hebben versimpeld kunnen worden en welke mogelijkheden de ontwikkeling van technologie biedt. Zaken als roet- en CO2-uitstoot worden in toenemende mate in de besluitvorming meegenomen. Wij bieden hierbij ondersteuning, onder meer met Shell Mobility-oplossingen, en we zijn hierover continu in dialoog met bedrijven. Naast de wagenparkbeheerder en de inkoopspecialist neemt ook de HR-manager vaker deel aan het gesprek. Want ook zaken als werknemersvoordelen en belastingtechnische aspecten komen aan de orde. Je ziet ook de traditionele scheiding tussen zakelijk verkeer en woon-werkverkeer vervagen. Wij zitten niet meer alleen aan tafel als brandstofleverancier, maar als partij die meedenkt over mobiliteitsoplossingen en alle aspecten die daaraan gerelateerd zijn."
Nederland pilotland
Gezien de grote en complexe vraagstukken ten aanzien energiebronnen en mobiliteit is innovatie enorm belangrijk. Breunesse: "Nederland loopt hierin voorop. We zijn een ideaal testland, mede omdat we open staan voor vernieuwing. Dat verbaast sommige mensen weleens, maar als je kijkt naar de top van innoverende landen, dan staat Nederland in lijstjes altijd ergens bovenin. Dat heeft ook praktische gevolgen. Zo is Nederland een van de weinige landen met een geïntegreerd OV-systeem. Voor Shell is Nederland ook een belangrijk pilotland. Met Shell LNG en Shell GTL Fuel zijn we een van de vooroplopende landen." Shell Mobility is een mooi voorbeeld op het gebied van diensten. "Data zullen daarbij een steeds grotere rol gaan spelen", zegt Robert Springer. "De technologie maakt het mogelijk om veel data te genereren, daar kan veel informatie uitgehaald worden. Analyse van data geeft bedrijven antwoorden op vragenals: welke routes leggen mijn auto’s af, waar zijn ze, hoe worden ze gebruikt wat betreft rijgedrag, niet alleen gekoppeld aan brandstofgebruik, maar ook ten aanzien van veiligheid van medewerkers, in combinatie met verzekeringen en het efficiënt inzetten van auto’s."
Shell over tien jaar
Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat, luidt niet voor niets het gezegde. Durven de gesprekspartners desondanks iets zeggen over de vraag waar Shell staatover pakweg tien jaar? Breunesse: "Producten zullen een stuk schoner zijn dan momenteel. Er zal ook een flinke verschuiving hebben plaatsgevonden van olie naar gas. Gas in allerlei vormen, ook als basis voor kunststoffen." Springer: "We blijven een energieleverancier en blijven werken aan vernieuwing en verbetering van brandstoffen. Daarnaast zullen we bedrijven een breder pallet oplossingen bieden, waarbij IT een grote rol speelt. De centrale rol die de fysieke card, dat rechthoekige stukje plastic, nu nog heeft, zal zijn uitgespeeld. Wat dan de dominante interface zal zijn, valt op dit moment met geen mogelijkheid te voorspellen." Klik hier voor meer informatie.
Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) zal de ontwikkelingen met de zelfrijdende auto in de eerste helft van 2016 op de Europese agenda zetten. De minister wil de Europese samenwerking bevorderen en zich onder meer inzetten voor de aanpassing van het Verdrag van Wenen. In dit Europese verdrag staat nu nog een passage waaruit volgt dat een bestuurder de handen aan het stuur moet hebben.
De minister heeft een bezoek aan Californië gebracht waar zij heeft gesproken met verschillende autofabrikanten en met Google over de ontwikkelingen rond zelfrijdende voertuigen. De minister heeft in de gesprekken aangegeven dat ze deze ontwikkeling waar mogelijk wil ondersteunen. Zelfrijdende voertuigen kunnen veel betekenen voor duurzame mobiliteit, verkeerveiligheid en betere doorstroming van het verkeer. De zelfrijdende auto biedt ook nieuwe mogelijkheden van vervoer van bijvoorbeeld ouderen en mensen in landelijk gebied.
De minister agendeert het onderwerp tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland in de Europese transportraad. Ze wilde in de Verenigde Staten van marktpartijen horen wat zij nodig hebben van de overheid, bijvoorbeeld nieuwe wetgeving en ook deregulering om de introductie van zelfrijdende voertuigen internationaal mogelijk te maken. In de gesprekken was er in het bijzonder aandacht voor de benodigde aanpassing van het Verdrag van Wenen, waarin nu nog staat dat de bestuurder te allen tijde de controle moet houden over zijn voertuig of dier.
Ook is er gesproken over eisen die mogelijk aan de (digitale) infrastructuur moeten worden gesteld en over de impact van de zelfrijdende auto op andere verkeersdeelnemers, bijvoorbeeld fietsen. De minister heeft aangegeven dat in Nederland een fiets wordt ontwikkeld met sensoren die waarschuwen voor naderend verkeer. De fabrikanten vonden dit interessant met het oog op interactie met kwetsbare verkeersdeelnemers. Ook onderwerpen zoals data-uitwisseling en de borging van privacy zijn aan de orde geweest.
Energy Expo organiseert samen met de provincie Drenthe, Energy Valley, TT Circuit Assen, EnTranCe en de provincie Groningen op dinsdag 15 september 2015 een testdag duurzame mobiliteit op het TT-circuit in Assen.
Op het programma staan diverse workshops, presentatie van vele voertuigen en natuurlijk het rijden hiermee op de baan!
Een pitstraat vol duurzaam aangedreven auto’s kan door u worden getest op het TT Circuit Assen. Deze testdag staat in het teken van ervaren/beleven, kennisdelen en netwerken rond het thema duurzame mobiliteit. Dit jaar wordt extra aandacht besteed aan het onderwerp 'Mens & Technologie' (het definitieve programma volgt binnenkort). Zowel ondernemers, particulieren als scholieren en studenten kunnen deelnemen aan dit gratis evenement.
Ook dit jaar organiseert Smart Grids Flanders (SGF) haar jaarlijkse Smart Grid School, een intensief driedaags opleidingstraject voor wie snel wegwijs wil worden in de slimme energiewereld. Zoals elk jaar mag SGF rekenen op dertig gemotiveerde sprekers.
Eén van hen is prof. Joeri Van Mierlo, hoofd van het onderzoekscentrum MOBI aan de VUB (foto). Op donderdag 15 oktober presenteert hij over batterijtechnologie en E-mobility. Van Mierlo: "Twee van de 3 barrières die de doorbraak van elektrische mobiliteit afremmen, hebben te maken met batterijtechnologie. Daarom focust ons onderzoek hierop."Een grote vloot elektrische voertuigen kan de problematiek van piekbelasting op het net helpen aanpakken.”
De groep is momenteel betrokken bij veertien Europese onderzoeksprojecten en zat in vier van de vijf platformen van de Vlaamse Proeftuin Elektrische Voertuigen. Van Mierlo: “Dat project leverde een schat aan data op, die we bij MOBI verder zullen analyseren.”
Drie barrières voor doorbraak e-mobility
Op de laatste dag van de Smart Grid School, waarop Smart Grids Flanders te gast is bij ABB in Zaventem, spreekt prof. Van Mierlo over batterijtechnologie. “Hoewel elektrische voertuigen al een tijdje op de agenda staan, blijft hun grote doorbraak voorlopig uit. Daar zijn drie redenen voor: de hoge aankoopprijs van de wagens, de geringe publieke beschikbaarheid van laadinfrastructuur en de beperkte actieradius van elektrische voertuigen.”
“Twee van de drie barrières die de doorbraak van e-mobility tegenhouden hebben te maken met batterijtechnologie, daarom focust ons onderzoek hierop. We onderzoeken de impact die de concentratie van bepaalde materialen, zoals kobalt, nikkel of mangaan, heeft op bv. de opslagcapaciteit, de levensduur en de resistentie tegen extreme temperaturen van lithiumbatterijen.”
Prof. dr. Ir. Joeri Van Mierlo: “Ik heb in het verleden al gesproken op evenementen van Smart Grids Flanders en ik engageer me ook dit jaar met plezier voor de Smart Grid School omdat ik geloof dat elektrische voertuigen een belangrijke rol kunnen spelen in het grotere smart grid verhaal.”
“Een grote vloot elektrische voertuigen kan de problematiek van piekbelasting op het net of de nood aan energieopslag helpen aanpakken. Elektrische voertuigen en slimme netten zijn complementair. Het is belangrijk om tijdig over de mogelijkheden en concepten na te denken.” << (bron en foto: Smart Grid Flanders)
ACHTERGROND
Prof. dr. Ir. Joeri Van Mierlo staat aan het hoofd van MOBI (Mobility, Logistics and Automotive Technology Research Center), een zestigkoppig, multidisciplinair onderzoekscentrum verbonden aan de VUB. Zijn team geniet internationale faam en kiest voor een gecombineerde technologische, ecologische en sociaal-economische invalshoek.
In Transport en mobiliteit presenteert CBS actuele feiten en trends over het verkeer en vervoer in Nederland. Verschillende aspecten van personenmobiliteit en goederenvervoer zijn in beeld gebracht: verkeers- en vervoersbewegingen, infrastructuur, vervoermiddelen, energieverbruik, milieueffecten, verkeersongevallen en de economische betekenis van transport.
In de eerste uitgave van de CBS-publicatie Transport en mobiliteit (2015) worden feiten en trends in beeld gebracht over verkeer en vervoer in Nederland.
Nederland is, mede door de unieke ligging, een internationaal knooppunt. Rotterdam is de grootste haven van Europa - en de vierde ter wereld - en Schiphol is één van de belangrijkste Europese vliegvelden. Jaarlijks komt bijna 565 miljoen ton goederen Nederland binnen, waarvan 70 procent over zee; bijna 420 miljoen ton goederen verlaten Nederland weer, waarvan 35 procent over zee, een derde deel via de binnenwateren en ruim een vijde over de weg.
De verkeersintensiteit is hoog. Maatregelen tegen files hebben de laatste jaren effect geresorteerd: de vertraging is gereduceerd met 3 procent in de ochtendspits en met 5 procent in de avondspits. Recent lijken de files weer enigszins toe te nemen als gevolg van het economisch herstel.
Binnen Nederland rijden personenauto's 78 procent van het totaal aantal gereden kilometers door motorvoertuigen, bestelauto's 11 procent, vrachtwagens 6 procent. Uniek voor Nederland is dat jong en oud fietst; de vele fietspaden en het vlakke landschap maken de fiets een geschikt vervoermiddel in ons land.
Transportactiviteiten verschaffen werkgelegenheid aan 800 000 mensen in ons land; de brijdrage aan het bbp komt uit op 8,5 procent. De economische crisis heeft de transportsector flink geraakt. In 2009 daalde de omzet met 13 procent ten opzichte van het voorafgaande jaar. Het herstel gaat langzaam: gerekend over de periode 2008-2014 is de omzet van de transportsector als geheel met 1 procent gedaald.
Twaalf partijen hebben een akkoord met de zogeheten “Green Deal Openbaar Toegankelijke Elektrische Laadinfrastructuur”. De overeenkomst moet barrières rond de uitrol van een openbare laadinfrastructuur wegnemen.
Op dit moment staan er zo’n 6.000 laadpalen in de openbare ruimte. Via de Green Deal kan dit met circa 8.000 laadpalen worden uitgebreid. Uitbreiding van laadinfrastructuur is volgens de overheid essentieel voor de marktontwikkeling van elektrisch rijden en optimale benutting van de batterijcapaciteit van plug-in auto’s. Het Rijk stelt daarom 7,2 miljoen euro beschikbaar.
Toegankelijke laadinfrastructuur
“Doel is binnen drie jaar de belemmeringen rond de uitrol van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur weg te nemen en een rendabele businesscase mogelijk te maken. Aldus een woordvoerder van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: “Innovatie is een belangrijk middel om kostenreducties te bereiken. Het recent opgerichte Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) zal daarom innovatieprogramma’s ontwikkelen en uitvoeren samen met netbeheerders, laadexploitanten, producenten van laadpalen, kennisinstellingen en decentrale overheden.”
Financiering vanuit overheid
Zolang de businesscase nog niet rendabel is, dragen Rijksoverheid, decentrale overheden en private partijen gezamenlijk bij aan de financiering van de uitrol van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) zal de uitkering faciliteren en publiceert hierover 15 juni meer informatie op deze website.
Zongestuurde laadpaal
De ondertekening vond plaats tijdens de ingebruikname van de eerste zongestuurde slimme laadpaal ter wereld waarbij een elektrische auto wordt opgeladen als de zon schijnt en kan ontladen als de zon niet aanwezig is. De opgeslagen duurzame elektriciteit in de auto kan zo door omwonenden of bedrijven gebruikt worden voor andere doeleinden.
Voor gemeenten en provincies is 5,7 miljoen euro beschikbaar om het plaatsen van laadpalen rendabel te maken voor marktpartijen. De decentrale overheden moeten ook zelf investeren. Met de extra bijdrage in de vorm van een Green Deal hoopt het rijk het elektrisch rijden een impuls te geven.
Subsidie nodig voor marktontwikkeling
Op dit moment staan er zo’n 6.000 laadpalen in de openbare ruimte. Via de Green Deal kan dit tot 2018 met circa 8000 laadpalen worden uitgebreid. Uitbreiding van laadinfrastructuur is essentieel voor de marktontwikkeling van elektrisch rijden, stelt het rijk. Voorlopig is daar subsidie voor nodig, legt woordvoerder Frans Nederstigt uit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de uitkering gaat verzorgen. ‘Er is nog geen sprake van een rendabele businesscase voor openbare laadpalen. Dat is de belangrijkste belemmering voor de markt om dit op te pakken.’ Door schaalvergroting en innovatie kan de prijs van laadpalen omlaag en neemt de markt vanaf 2018 het roer over, verwachten het rijk. Naast de 5,7 miljoen voor laadinfrastructuur, komt er 1,5 miljoen euro beschikbaar voor innovatie.
Kosten zullen dalen
De bijdrage van het rijk is dit jaar maximaal 900 euro per laadpaal. Volgend jaar gaat dat bedrag omlaag vaan 600 euro, het jaar daarna naar 300 euro, zegt Nederstigt. De verwachting is immers dat ook de kosten voor de laadinfrastructuur zullen dalen. Op dit moment liggen de kosten voor een laadpaal rond de vijfduizend euro, zegt de woordvoerder. Om in aanmerking te komen voor de rijksbijdrage, moeten overheden zelf een (minimaal) even grote subsidie verlenen. De rest komt voor rekening van de initiatiefnemer.
De rijksbijdrage wordt via het gemeentefonds of provinciefonds uitgekeerd. Meer informatie over de uitkering staat vanaf 15 juni op www.rvo.nl/laadinfrastructuur.
Utrecht is dit jaar opnieuw op de derde plek geëindigd op de lijst van meest fietsvriendelijke steden ter wereld. Amsterdam staat op een tweede plaats en Eindhoven eindigt dit jaar als vijfde. Ook Frankrijk doet het goed in de top tien.
Dat maken de samenstellers van de Copenhagenize Index, voor de top 20 meest fietsvriendelijke steden ter wereld, dinsdag bekend. In 2013 werd Utrecht ook al derde op de tweejaarlijkse lijst.
De index komt tot stand door de fietsvriendelijkheid in 122 grote steden te meten aan de hand van dertien indicatoren. Ze kijken onder andere naar het fietsbeleid, de faciliteiten en de infrastructuur. De top 20 bestaat uit steden uit veertien landen over drie continenten.
Wereldleider
"Utrecht blijft het kleine broertje van Amsterdam", aldus de samenstellers van de lijst. "Maar Utrecht blijft een wereldleider onder de kleine steden." Zo roemt de jury de nieuwe fietsenstalling op het Jaarbeursplein, waar 12.500 fietsen gestald kunnen worden.
Amsterdam werd dit jaar verslagen door Kopenhagen en daalde van de eerste naar de tweede plek. Eindhoven eindigde dit jaar als vijfde op de Copenhagenize Index.
Jongeren zijn bezorgd over de toekomst van mobiliteit. Vooral de impact op het milieu en de schommelende brandstofprijzen worden bij zowel Nederlandse als Belgische jongeren als problemen voor de toekomst aangeduid.
Een en ander blijkt uit een onderzoek van Goodyear onder 1.511 Nederlandse en 1.576 Belgische chauffeurs. Opvallend is dat er niet uitsluitend met de vinger wordt gewezen naar de overheid om mobiliteitsproblemen op te lossen. Zowel Nederlanders als Belgen vinden dat er zelf ook verantwoordelijkheid mag worden genomen, door bijvoorbeeld het openbaar vervoer te nemen om fileleed te verlichten. Directe kosten, zoals verhoogde belastingen, zijn niet bepaald populair bij de Nederlanders (67 procent) noch bij de Belgen (56 procent).
Vooral een verbetering van de prijs-kwaliteitverhouding bij het openbaar vervoer zou meer mensen aanzetten om de auto op te geven. Bestuurders uit beide landen vinden dat het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen zoals trein, tram, bus en (elektrische) fiets met een vijfde tot bijna een derde zal toenemen in de toekomst. Toch denkt de overgrote meerderheid dat ze in de nabije toekomst nog steeds een auto zullen bezitten, terwijl een kwart van de Nederlandse autobezitters zichzelf van vervoerswijze ziet veranderen, tegenover slechts 15 procent van de Belgische.
Uit het onderzoek blijkt ook dat er duidelijke verbanden zijn tussen de bezorgdheid over het toenemende verkeer en de impact hiervan op het milieu. Innovatie is dan ook van groot belang: bijna tweederde van de ondervraagde Nederlanders en Belgen is van mening dat tegen 2030 elektrische auto’s geïntegreerd zullen worden in het stadslandschap. Slimmere auto’s en verkeersborden zullen ook helpen om sneller en efficiënter van A naar B te kunnen reizen.
De pilot die de gemeente in januari heeft ingevoerd om voor het eerste half uur slechts 20 cent aan parkeergeld te betalen bij de Kanaalstraat/Damstraat is mislukt. Dat heeft het college van B&W gisteren laten weten.
De bedoeling van het lagere parkeertarief was om meer bezoekers naar het gebied te trekken en het moest het voor een betere beschikbaarheid van de parkeerplaatsen zorgen. Deze theorie bleek echter niet zo te werken in de praktijk.
Het lage tarief leverde een toename van extra autoverkeer voor de korte afstand op en het aantal bezoekers voor het winkelgebied is niet toegenomen. Het gevolg hiervan: de verkeerssituatie werd er hierdoor niet veiliger op. Het college ziet nu de parkeergarage Kop van Lombok als alternatief voor het goedkope tarief.
Gevolg van deze bevindingen is dat het goedkopere tarief van €0,20 voor een half uur parkeren niet ergens anders in Utrecht toegepast gaat worden. Het college is tot de conclusie gekomen dat de aantrekkelijkheid van een winkelstraat niet wordt bepaald door het parkeertarief. Daarnaast heeft het goedkope tarief een negatief effect op de parkeerexploitatie.
De helft van alle verplaatsingen vindt per auto plaats en dit vervoermiddel is goed voor 75 procent van alle afgelegde kilometers. Naar verwachting vlakt het autogebruik wel verder af, door duurzame mobiliteit. Volgens Rabobank is duurzaamheid de trend.
In haar thema-update ‘Automotive 2015’ geeft de bank aan dat ondernemers bewuste keuzes moeten maken om in te spelen op de ingrijpende gevolgen die duurzame mobiliteit op de automotive sector heeft. Zo wordt het fiscale overheidsbeleid dit jaar herzien en daardoor verwacht Rabobank dat vanaf 2017 alleen nog de volledig elektrisch aangedreven auto’s voor subsidie in aanmerking zullen komen.
“In de toekomst zal het groeiend deelautogebruik zorgen voor bewuster en minder autogebruik. Het aantal auto’s en lease-auto’s zal verder afnemen, net als het aantal gereden kilometers. Medewerkers met een mobiliteitsbudget hebben veel meer keuzevrijheid en vragen ook om een ander advies, bijvoorbeeld private lease”, aldus Rabobank in haar thema-update. “Niet het product alleen telt, maar de totale dienstverlening op het gebied van mobibiliteit.” Zie ook het event Private Lease van Automotive Insiders.
Ook het autobedrijf zelf kan verduurzamen. Qua energieverbruik en –opwekking, maar ook door het optimaliseren van bedrijfsprocessen. Denk hierbij aan het beperken en scheiden van afvalstromen. Rabobank: “Vaak wordt nog onvoldoende gebruik gemaakt van de expertise bij partners als de importeur, branche-organisatie, franchise-organisatie of van partijen als Stichting Duurzaam Repareren.”