Posts tonen met het label mobiliteitsbudget. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mobiliteitsbudget. Alle posts tonen

maandag 29 januari 2018

MaaS congres 2018

Mobility as a Service (MaaS) gaat voor een omwenteling zorgen in de verkeers- en vervoerssector. Maar wat de gevolgen precies zijn, dat is nog onduidelijk. Daarom organiseert VERKEERSNET het MaaS Congres. Tal van sprekers geven duidelijkheid over het concept, brengen het aandeel van betrokken partijen in kaart en zoomen in op praktische voorbeelden. Het MaaS Congres vindt plaats op dinsdag 6 maart 2018 in Rotterdam.

woensdag 31 augustus 2016

1 miljoen van EU voor slimme mobiliteit Brabant

Provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en de 5 grote Brabantse steden gaan met innovatieve technologie het wegverkeer veiliger en efficiënter te maken.

Als onderdeel van een groot Europees project worden in Brabant op de A16, A58 en A67 de komende 3 jaar nieuwe C-ITS technieken getest en uitgerold, met nadrukkelijke aandacht voor het vrachtverkeer. Het geld daarvoor komt uit het CEF-fonds van de Europese Unie.

Noord-Brabant loopt voorop in de ontwikkeling van smart mobility-oplossingen om het vervoer van personen en goederen te verbeteren met de toepassing van nieuwe technieken. Gedeputeerde Christophe van der Maat: “Deze Europese subsidie is een erkenning van onze koploperspositie als het gaat om het testen van nieuwe technieken met C-ITS in de praktijk."

"Met dit project kunnen we deze kennis ook verder uitrollen met andere landen," aldus Van der Maat. "Belangrijk is dat we goede afspraken maken met internationale partners. Verkeer houdt uiteraard niet aan de grens op en voor gebruikers moeten de systemen vooral makkelijk en betrouwbaar zijn. Het is dan ook van wezenlijk belang dat dit soort systemen in alle landen op dezelfde manier werken.”

Met het project Intercor worden de komende 3 jaar nieuwe technieken in de praktijk getest op de A16, A58 en de A67. In dit Europese project wordt samengewerkt met België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om onder andere actuele, real-time informatie over wegwerkzaamheden, gevaarlijke situaties en capaciteit van truck-parkeerplaatsen langs de snelwegen aan weggebruikers te bieden.

Een belangrijke doelstelling van het project is ook om te testen hoe deze systemen grensoverschrijdend met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Daarvoor zijn internationale procedures en standaarden nodig.

donderdag 23 juni 2016

Zuidoost-Brabant wil ruim 56 miljoen euro voor mobiliteit

De gewenste maatregelen om het verkeer in de regio beter te laten doorstromen kosten meer dan wat gemeenten hadden gespaard als bijdrage aan de gesneuvelde Ruit. Dat betekent dat óf de provincie óf de 21 regiogemeenten extra moeten gaan bijleggen.

Anders moet er geschrapt worden in de voorstellen. Die kosten op papier nu in totaal meer dan 56 miljoen euro.

A67 en N279

Dat bleek dinsdagavond tijdens een uitleg in de Helmondse gemeenteraadscommissie Omgeving. De regiogemeenten presenteren op 28 juni samen met provincie en waterschap een pakket aan ingrepen voor mobiliteit. Die zijn erop gericht om verkeer vanuit de dorpen en steden sneller naar 'hoofdwegen' A67 en N279 te leiden en moeten gebruik van openbaar vervoer en fiets stimuleren.

Kosten

De kosten voor het aanpakken van de A67 (verbreding) en N279 (ongelijkvloerse kruisingen) komen op het bordje van rijk en provincie. Voor ingrepen op onderliggende wegen die van regionaal belang zijn, betaalt de provincie. De rest is in principe voor rekening van gemeenten.

Onderling zijn die nog volop in discussie over welke maatregelen gewenst zijn. Een heikel punt is de N279 tussen Veghel en Asten. Gemert-Bakel en Laarbeek hopen op verdubbeling van het aantal rijstroken. Helmond en de provincie zien dat niet zitten.

donderdag 24 december 2015

Slimmer omgaan met mobiliteit volgens Shell

"Vanochtend ben ik met de trein naar Rotterdam gekomen, gebruikmakend van een Shell-kaart," vertelt Ewald Breunesse. "Nog maar enkele jaren geleden, zou dit ervaren worden als heel onwaarschijnlijk." Het mobilititeitsdenken is in beweging. Shell beweegt mee. Een gesprek over mobiliteitsontwikkelingen en –oplossingen in het Shell Downstream-kantoor aan het Weena met Ewald Breunesse en Robert Springer.

Shell Manager Energie Transities Ewald Breunisse is de man van (middel)lange termijnvisies vanuit een niet-commerciële, institutionele benadering. Shell Sales Manager Commercial Fleet Robert Springer zit meer aan ‘de klantenkant’, zoals hij het zelf omschrijft, maar met zijn gesprekspartner gemeen heeft dat hij graag vooruitkijkt. Twee verschillende invalshoeken, wat een bredere visie op het onderwerp geeft en het gesprek gelaagder maakt.

Auto of OV?

De wereld verandert, we kennen detrends: een groeiende wereldbevolking, groeiende energiebehoefte en het fenomeen verstedelijking, een toename van het aantal mensen dat in steden woont en werkt. Dat betekent ook meer auto’s in de stad, waardoor ook het gebruik van dit vervoermiddel minder comfortabel wordt. Breunesse: "Mensen zullen hierdoor vaker gebruik maken van het openbaar vervoer, zeker tussen grote steden onderling. Je ziet dit vooral bij jongeren die opgroeien in een stedelijke omgeving, voor hen is autobezit en –gebruik minder vanzelfsprekend dan voor eerdere generaties stedelijke jongeren. Auto of OV? Zelf maak ik ook telkens die afweging. Om naar hartje Rotterdam te komen, vond ik het vandaag makkelijker om met de trein te komen."

Shell Mobility

Met het mobiliteitsconcept Shell Mobility speelt Shell in op het veranderende mobiliteitsdenken. Shell Mobility biedt mensen de mogelijkheid om flexibel omte gaan met mobiliteit. Dat wil zeggen dat gebruikers de keus hebben uit diverse vervoermiddelen en services op basisvan wat hen het beste uitkomt. Robert: "Werknemers kunnen met Shell Mobility zelf het vervoermiddel kiezen dat het beste bij hen past. De daarbij gemaakte kosten hoeven niet meer door de werknemer zelf voorgeschoten te worden. Bedrijven profiteren van administratieve vereenvoudiging en betere management informatie. Alles komt automatisch op één btw-verzamelfactuur. Dat is niet alleen overzichtelijker, het scheelt ook veel tijd en moeite in het verwerken van declaraties. Het is mogelijk online de reiskosten te bekijken en te analyseren om op die manier te ontdekken of er optimaliseringsmogelijkheden zijn. Bovendien wordt reistijd werktijd, want e-mailen en telefoneren doe je bijvoorbeeld in de trein."

Mobiliteitsoplossingen

"Je ziet dat het denken over ‘de auto van de zaak’ zowel bij medewerkers als bij werkgevers de laatste jaren verandert," aldus Springer. "Er wordt veel meer vanuit een breder perspectief naar mobiliteit gekeken. Bedrijven onderzoeken hoe zaken die met mobiliteit te maken hebben versimpeld kunnen worden en welke mogelijkheden de ontwikkeling van technologie biedt. Zaken als roet- en CO2-uitstoot worden in toenemende mate in de besluitvorming meegenomen. Wij bieden hierbij ondersteuning, onder meer met Shell Mobility-oplossingen, en we zijn hierover continu in dialoog met bedrijven. Naast de wagenparkbeheerder en de inkoopspecialist neemt ook de HR-manager vaker deel aan het gesprek. Want ook zaken als werknemersvoordelen en belastingtechnische aspecten komen aan de orde. Je ziet ook de traditionele scheiding tussen zakelijk verkeer en woon-werkverkeer vervagen. Wij zitten niet meer alleen aan tafel als brandstofleverancier, maar als partij die meedenkt over mobiliteitsoplossingen en alle aspecten die daaraan gerelateerd zijn."

Nederland pilotland

Gezien de grote en complexe vraagstukken ten aanzien energiebronnen en mobiliteit is innovatie enorm belangrijk. Breunesse: "Nederland loopt hierin voorop. We zijn een ideaal testland, mede omdat we open staan voor vernieuwing. Dat verbaast sommige mensen weleens, maar als je kijkt naar de top van innoverende landen, dan staat Nederland in lijstjes altijd ergens bovenin. Dat heeft ook praktische gevolgen. Zo is Nederland een van de weinige landen met een geïntegreerd OV-systeem. Voor Shell is Nederland ook een belangrijk pilotland. Met Shell LNG en Shell GTL Fuel zijn we een van de vooroplopende landen." Shell Mobility is een mooi voorbeeld op het gebied van diensten. "Data zullen daarbij een steeds grotere rol gaan spelen", zegt Robert Springer. "De technologie maakt het mogelijk om veel data te genereren, daar kan veel informatie uitgehaald worden. Analyse van data geeft bedrijven antwoorden op vragenals: welke routes leggen mijn auto’s af, waar zijn ze, hoe worden ze gebruikt wat betreft rijgedrag, niet alleen gekoppeld aan brandstofgebruik, maar ook ten aanzien van veiligheid van medewerkers, in combinatie met verzekeringen en het efficiënt inzetten van auto’s."

Shell over tien jaar

Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat, luidt niet voor niets het gezegde. Durven de gesprekspartners desondanks iets zeggen over de vraag waar Shell staatover pakweg tien jaar? Breunesse: "Producten zullen een stuk schoner zijn dan momenteel. Er zal ook een flinke verschuiving hebben plaatsgevonden van olie naar gas. Gas in allerlei vormen, ook als basis voor kunststoffen." Springer: "We blijven een energieleverancier en blijven werken aan vernieuwing en verbetering van brandstoffen. Daarnaast zullen we bedrijven een breder pallet oplossingen bieden, waarbij IT een grote rol speelt. De centrale rol die de fysieke card, dat rechthoekige stukje plastic, nu nog heeft, zal zijn uitgespeeld. Wat dan de dominante interface zal zijn, valt op dit moment met geen mogelijkheid te voorspellen." Klik hier voor meer informatie.

woensdag 9 december 2015

Subsidie voor nieuwe busterminal Eindhoven Airport

De provincie Noord-Brabant verleent Eindhoven Airport een subsidie van € 1,1 miljoen voor de bouw van een busterminal voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV).

06
De nieuwe overdekte terminal biedt meer ruimte en comfort voor de reizigers die met het openbaar vervoer van en naar de luchthaven reizen en kan een verdere groei van het aantal OV-reizigers opvangen.

Toegangspoort voor Brabant

Gedeputeerde Christophe van der Maat: “Een goed bereikbare luchthaven is een belangrijke toegangspoort voor Brabant. We investeren als provincie daarom enerzijds in het verbeteren van de bereikbaarheid voor het autoverkeer vanaf de Anthony Fokkerweg, de A2 en de A58. Met dit nieuwe busstation wordt het voor reizigers ook aantrekkelijker om met het OV van en naar de luchthaven te reizen. De bouw van deze nieuwe en ruimere OV-terminal past daarmee binnen de ambitie die we als provincie hebben om de internationale bereikbaarheid van Brabant via meerdere vervoersmodaliteiten te verbeteren.”

Realisatie

De nieuwe (H)OV-terminal vervangt het huidige busperron op de luchthaven en wordt gebouwd op het huidige kort-parkeerterrein voor de luchthaven. Eindhoven Airport start in 2016 met de realisatie van het multifunctionele OV-terminal. Het busstation wordt gecombineerd met een multifunctioneel gebouw waarin ook het kort parkeren en horeca- en retailfuncties worden ondergebracht. Na de verwachte oplevering medio 2017 kan de nieuwe OV-vervoerder in de regio Zuidoost-Brabant gebruik maken van de (H)OV-terminal. Het beheer en onderhoud van de terminal is in handen van de luchthaven.

Bron: Provincie Noord-Brabant

woensdag 15 april 2015

Nederlanders amper bekend met nieuwe automobiliteit

Nederlanders zijn amper bekend met nieuwe vormen van automobiliteit, zoals autodelen, autoreisdelen, zakelijke deelauto's, private leasing of een mobiliteitsbudget. Dit blijkt uit een grootschalig uitgevoerd onderzoek van GfK onder ruim 55.000 Nederlanders.

De onbekendheid met de nieuwe vormen van automobiliteit is een belangrijke oorzaak voor het beperkte gebruik en de nog lage instapbereidheid. Ruim 60 procent heeft niet eerder gehoord van het fenomeen autoreisdelen of zakelijke deelauto. Private lease daarentegen is al redelijk bekend; 74 procent heeft er tenminste van gehoord en 48 procent weet globaal wat het inhoudt. Ook autodelen of car sharing is al redelijk ingeburgerd; (bijna 60 procent van gehoord en 35 procent is globaal bekend met de spelregels. Dit blijkt uit een grootschalig uitgevoerd onderzoek van GfK over (Auto)Mobiliteits-concepten onder ruim 55.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder.

De intentie om de komende jaren zeker of waarschijnlijk gebruik te gaan maken van nieuwe mobiliteitsconcepten is nog gering. De gebruiksintentie varieert van circa 1,5 procent van 'deelconcepten' zoals autodelen, autoreisdelen of de zakelijke deelauto tot 2,4 procent gebruiksintentie voor private lease, circa 3,5 procent voor het bestellen van taxi's via een app en 4,6 procent die de komende jaren zeker of waarschijnlijk gebruik denkt te gaan maken van een zakelijk mobiliteitsbudget via de werkgever.

Geen gebruik

Relatief veel Nederlanders zeggen de komende jaren misschien gebruik te gaan maken van de genoemde vormen van nieuwe automobiliteit. 13 procent denkt de komende jaren misschien wel een nieuwe taxidienst via een app op te roepen, 11 procent denkt misschien de volgende auto via een private leaseconstructie te rijden en zo'n 7 procent zou de komende jaren misschien wel gebruik gaan maken van een deelauto of het delen van autoritten.

Vooralsnog geeft een overgrote meerderheid van de Nederlanders, variërend van zo'n 85 procent tot 95 procent voor de verschillende concepten, aan de komende jaren zeker of waarschijnlijk geen gebruik te zullen gaan maken van de onderzochte nieuwe mobiliteitsconcepten.

© Fred Kramer

woensdag 15 oktober 2014

Elke levensfase zijn mobiliteitspatroon

Alle Nederlanders samen verplaatsen zich jaarlijks bijna 18 miljard keer, meestal voor sociaal-recreatieve activiteiten en ook veel voor winkelen en boodschappen doen. Zo leggen ze 186 miljard kilometer af, waarvan 72 miljard in het sociaal-recreatief en 55 miljard in het woonwerkverkeer. Al dat gereis kost 6,6 miljard uur per jaar.

Verschillende mensen ondernemen verschillende activiteiten. Ze gaan naar het werk, een school of bioscoop. Daardoor verschillen hun mobiliteitspatronen. Zo zijn de verschillen per leeftijd groot. Tot een jaar of vijftien is de mobiliteit van kinderen beperkt. Die neemt daarna snel toe en bereikt een piek wanneer ze rond de dertig zijn. Onder werkenden tot een jaar of vijftig blijft de mobiliteit stabiel op dit hoge niveau, om vervolgens bij vijftigplussers langzaam te dalen. 


Op bepaalde leeftijden zijn sommige vervoerswijzen duidelijk populair. Volwassenen in de werkzame leeftijd reizen het meest, vooral per auto. Het aantal autokilometers is ook toegenomen ten opzichte van twintig jaar geleden. Vooral jongvolwassenen (studenten) reizen met het openbaar vervoer. Na de invoering van de ov-studentenkaart is het ov-gebruik flink gestegen, ten koste van het autogebruik, het fietsen en lopen. De langzame vormen van vervoer laten een piek zien bij de jongeren (scholieren), en zijn in de volgende levensfasen vrij stabiel. Pas op zeer hoge leeftijd verdwijnen deze meer actieve vervoerswijzen uit het palet aan opties. Een steeds groter deel van de mensen die onderweg zijn, zijn ouderen. Hun aantal neemt toe en zij worden steeds mobieler. De mobiliteit vergrijst dus. De totale mobiliteit neemt niet meer toe, mede door de vergrijzing. Immers, ouderen reizen minder dan mensen in de werkzame leeftijd, en die laatsten zijn er relatief steeds minder.

Gemiddeld verplaatst een Nederlander zich bijna drie keer per dag. Hij of zij is ongeveer een uur onderweg en legt daarin iets meer dan 30 kilometer af. Voor bijna de helft van deze verplaatsingen wordt de auto gebruikt. Dit kost ook ongeveer de helft van de tijd en met de auto wordt zo bijna driekwart van de kilometers afgelegd. Bij langzaam vervoer liggen de verhoudingen anders: ook voor ongeveer de helft van de verplaatsingen wordt de benenwagen of de (brom)fiets gebruikt, maar dan in bijna 40 procent van de tijd. Al lopend of (brom) fietsend leggen Nederlanders zo samen 12 procent van de kilometers af. Het openbaar vervoer is goed voor 4 procent van het aantal verplaatsingen, maar toch wordt op die manier 10 procent van de kilometers afgelegd in 11 procent van de tijd.

Brondata: Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG) en Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON).