woensdag 24 juni 2015

Eerste uitgave CBS-publicatie Transport en Mobiliteit

In Transport en mobiliteit presenteert CBS actuele feiten en trends over het verkeer en vervoer in Nederland. Verschillende aspecten van personenmobiliteit en goederenvervoer zijn in beeld gebracht: verkeers- en vervoersbewegingen, infrastructuur, vervoermiddelen, energieverbruik, milieueffecten, verkeersongevallen en de economische betekenis van transport.

In de eerste uitgave van de CBS-publicatie Transport en mobiliteit (2015) worden feiten en trends in beeld gebracht over verkeer en vervoer in Nederland.

Nederland is, mede door de unieke ligging, een internationaal knooppunt. Rotterdam is de grootste haven van Europa - en de vierde ter wereld - en Schiphol is één van de belangrijkste Europese vliegvelden. Jaarlijks komt bijna 565 miljoen ton goederen Nederland binnen, waarvan 70 procent over zee; bijna 420 miljoen ton goederen verlaten Nederland weer, waarvan 35 procent over zee, een derde deel via de binnenwateren en ruim een vijde over de weg.

De verkeersintensiteit is hoog. Maatregelen tegen files hebben de laatste jaren effect geresorteerd: de vertraging is gereduceerd met 3 procent in de ochtendspits en met 5 procent in de avondspits. Recent lijken de files weer enigszins toe te nemen als gevolg van het economisch herstel.

Binnen Nederland rijden personenauto's 78 procent van het totaal aantal gereden kilometers door motorvoertuigen, bestelauto's 11 procent, vrachtwagens 6 procent. Uniek voor Nederland is dat jong en oud fietst; de vele fietspaden en het vlakke landschap maken de fiets een geschikt vervoermiddel in ons land.

Transportactiviteiten verschaffen werkgelegenheid aan 800 000 mensen in ons land; de brijdrage aan het bbp komt uit op 8,5 procent. De economische crisis heeft de transportsector flink geraakt. In 2009 daalde de omzet met 13 procent ten opzichte van het voorafgaande jaar. Het herstel gaat langzaam: gerekend over de periode 2008-2014 is de omzet van de transportsector als geheel met 1 procent gedaald.

zaterdag 20 juni 2015

Yvonne uit Haren superblij met dagelijkse fietsritten

B-Rider Yvonne Annegarn uit Haren is superblij met haar dagelijkse fietsritten van en naar haar werk in St. Michielsgestel.


Bron: Provincie Noord-Brabant / B-riders

donderdag 11 juni 2015

Zeven miljoen voor laadinfrastructuur

Twaalf partijen hebben een akkoord met de zogeheten “Green Deal Openbaar Toegankelijke Elektrische Laadinfrastructuur”. De overeenkomst moet barrières rond de uitrol van een openbare laadinfrastructuur wegnemen.

Op dit moment staan er zo’n 6.000 laadpalen in de openbare ruimte. Via de Green Deal kan dit met circa 8.000 laadpalen worden uitgebreid. Uitbreiding van laadinfrastructuur is volgens de overheid essentieel voor de marktontwikkeling van elektrisch rijden en optimale benutting van de batterijcapaciteit van plug-in auto’s. Het Rijk stelt daarom 7,2 miljoen euro beschikbaar.

Toegankelijke laadinfrastructuur

“Doel is binnen drie jaar de belemmeringen rond de uitrol van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur weg te nemen en een rendabele businesscase mogelijk te maken. Aldus een woordvoerder van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: “Innovatie is een belangrijk middel om kostenreducties te bereiken. Het recent opgerichte Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) zal daarom innovatieprogramma’s ontwikkelen en uitvoeren samen met netbeheerders, laadexploitanten, producenten van laadpalen, kennisinstellingen en decentrale overheden.”

Financiering vanuit overheid

Zolang de businesscase nog niet rendabel is, dragen Rijksoverheid, decentrale overheden en private partijen gezamenlijk bij aan de financiering van de uitrol van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) zal de uitkering faciliteren en publiceert hierover 15 juni meer informatie op deze website.

Zongestuurde laadpaal

De ondertekening vond plaats tijdens de ingebruikname van de eerste zongestuurde slimme laadpaal ter wereld waarbij een elektrische auto wordt opgeladen als de zon schijnt en kan ontladen als de zon niet aanwezig is. De opgeslagen duurzame elektriciteit in de auto kan zo door omwonenden of bedrijven gebruikt worden voor andere doeleinden.

woensdag 10 juni 2015

Subsidie voor overheden die laadpalen stimuleren

Voor gemeenten en provincies is 5,7 miljoen euro beschikbaar om het plaatsen van laadpalen rendabel te maken voor marktpartijen. De decentrale overheden moeten ook zelf investeren. Met de extra bijdrage in de vorm van een Green Deal hoopt het rijk het elektrisch rijden een impuls te geven.

Subsidie nodig voor marktontwikkeling

Op dit moment staan er zo’n 6.000 laadpalen in de openbare ruimte. Via de Green Deal kan dit tot 2018 met circa 8000 laadpalen worden uitgebreid. Uitbreiding van laadinfrastructuur is essentieel voor de marktontwikkeling van elektrisch rijden, stelt het rijk. Voorlopig is daar subsidie voor nodig, legt woordvoerder Frans Nederstigt uit van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de uitkering gaat verzorgen. ‘Er is nog geen sprake van een rendabele businesscase voor openbare laadpalen. Dat is de belangrijkste belemmering voor de markt om dit op te pakken.’ Door schaalvergroting en innovatie kan de prijs van laadpalen omlaag en neemt de markt vanaf 2018 het roer over, verwachten het rijk. Naast de 5,7 miljoen voor laadinfrastructuur, komt er 1,5 miljoen euro beschikbaar voor innovatie.

Kosten zullen dalen

De bijdrage van het rijk is dit jaar maximaal 900 euro per laadpaal. Volgend jaar gaat dat bedrag omlaag vaan 600 euro, het jaar daarna naar 300 euro, zegt Nederstigt. De verwachting is immers dat ook de kosten voor de laadinfrastructuur zullen dalen. Op dit moment liggen de kosten voor een laadpaal rond de vijfduizend euro, zegt de woordvoerder. Om in aanmerking te komen voor de rijksbijdrage, moeten overheden zelf een (minimaal) even grote subsidie verlenen. De rest komt voor rekening van de initiatiefnemer.

De rijksbijdrage wordt via het gemeentefonds of provinciefonds uitgekeerd. Meer informatie over de uitkering staat vanaf 15 juni op www.rvo.nl/laadinfrastructuur.

donderdag 4 juni 2015

Nederland leidend met fietssteden

Utrecht is dit jaar opnieuw op de derde plek geëindigd op de lijst van meest fietsvriendelijke steden ter wereld. Amsterdam staat op een tweede plaats en Eindhoven eindigt dit jaar als vijfde. Ook Frankrijk doet het goed in de top tien.

Dat maken de samenstellers van de Copenhagenize Index, voor de top 20 meest fietsvriendelijke steden ter wereld, dinsdag bekend. In 2013 werd Utrecht ook al derde op de tweejaarlijkse lijst.

De index komt tot stand door de fietsvriendelijkheid in 122 grote steden te meten aan de hand van dertien indicatoren. Ze kijken onder andere naar het fietsbeleid, de faciliteiten en de infrastructuur. De top 20 bestaat uit steden uit veertien landen over drie continenten.

Wereldleider

"Utrecht blijft het kleine broertje van Amsterdam", aldus de samenstellers van de lijst. "Maar Utrecht blijft een wereldleider onder de kleine steden." Zo roemt de jury de nieuwe fietsenstalling op het Jaarbeursplein, waar 12.500 fietsen gestald kunnen worden.

Amsterdam werd dit jaar verslagen door Kopenhagen en daalde van de eerste naar de tweede plek. Eindhoven eindigde dit jaar als vijfde op de Copenhagenize Index.

vrijdag 1 mei 2015

Succesvol symposium Nissan over elektrisch rijden

Wat kan een gemeente doen om elektrische mobiliteit te bevorderen? Deze vraag stond centraal tijdens het nationaal symposium "E-mobility: Nu Voorsorteren" waar Nissan belangrijke partijen samenbracht om deze en andere vragen te beantwoorden.

"Met name steden streven naar schonere lucht voor de inwoners. Het is een plicht die overheden hebben. Elektrische mobiliteit kan helpen de uitstoot van onder meer fijnstof en NOx te verlagen", aldus directeur Jordi Villa van Nissan Nederland. "Wat kunnen lokale overheden doen om elektrisch rijden aan te jagen? Hoe ontwikkel je effectief beleid en welke praktische vraagstukken spelen er rond opladen, kosten en luchtkwaliteit? Beleidsmedewerkers, onderzoekers, ev-experts en deelnemers hebben zich met deze thema's beziggehouden." 

Sprekers op het symposium waren onder anderen oud-staatssecretaris Pieter van Geel, Lot van Hooijdonk (wethouder gemeente Utrecht) en Jurjen Helmus (docent innovation management) aan de Hogeschool van Amsterdam.

Tijdens het symposium was er ook aandacht voor een recent praktijkvoorbeeld, namelijk dat van Connexxion die honderd elektrische Nissans e-NV200 Evalia gebruikt voor Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) in de hoofdstad. Maandelijks maakt de onderneming in Amsterdam tussen zo'n 56 duizend AOV-ritten. Sinds maart wordt ongeveer de helft van deze ritten gemaakt met een elektrische Nissan waardoor de uitstoot van CO2, en NOx ter plekke met 38 procent wordt teruggedrongen. Voor Connexxion betekent het een besparing van tweehonderd duizend liter brandstof per jaar
.

woensdag 15 april 2015

Nederlanders amper bekend met nieuwe automobiliteit

Nederlanders zijn amper bekend met nieuwe vormen van automobiliteit, zoals autodelen, autoreisdelen, zakelijke deelauto's, private leasing of een mobiliteitsbudget. Dit blijkt uit een grootschalig uitgevoerd onderzoek van GfK onder ruim 55.000 Nederlanders.

De onbekendheid met de nieuwe vormen van automobiliteit is een belangrijke oorzaak voor het beperkte gebruik en de nog lage instapbereidheid. Ruim 60 procent heeft niet eerder gehoord van het fenomeen autoreisdelen of zakelijke deelauto. Private lease daarentegen is al redelijk bekend; 74 procent heeft er tenminste van gehoord en 48 procent weet globaal wat het inhoudt. Ook autodelen of car sharing is al redelijk ingeburgerd; (bijna 60 procent van gehoord en 35 procent is globaal bekend met de spelregels. Dit blijkt uit een grootschalig uitgevoerd onderzoek van GfK over (Auto)Mobiliteits-concepten onder ruim 55.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder.

De intentie om de komende jaren zeker of waarschijnlijk gebruik te gaan maken van nieuwe mobiliteitsconcepten is nog gering. De gebruiksintentie varieert van circa 1,5 procent van 'deelconcepten' zoals autodelen, autoreisdelen of de zakelijke deelauto tot 2,4 procent gebruiksintentie voor private lease, circa 3,5 procent voor het bestellen van taxi's via een app en 4,6 procent die de komende jaren zeker of waarschijnlijk gebruik denkt te gaan maken van een zakelijk mobiliteitsbudget via de werkgever.

Geen gebruik

Relatief veel Nederlanders zeggen de komende jaren misschien gebruik te gaan maken van de genoemde vormen van nieuwe automobiliteit. 13 procent denkt de komende jaren misschien wel een nieuwe taxidienst via een app op te roepen, 11 procent denkt misschien de volgende auto via een private leaseconstructie te rijden en zo'n 7 procent zou de komende jaren misschien wel gebruik gaan maken van een deelauto of het delen van autoritten.

Vooralsnog geeft een overgrote meerderheid van de Nederlanders, variërend van zo'n 85 procent tot 95 procent voor de verschillende concepten, aan de komende jaren zeker of waarschijnlijk geen gebruik te zullen gaan maken van de onderzochte nieuwe mobiliteitsconcepten.

© Fred Kramer

woensdag 8 april 2015

Jongeren bezorgd over Mobiliteit

Jongeren zijn bezorgd over de toekomst van mobiliteit. Vooral de impact op het milieu en de schommelende brandstofprijzen worden bij zowel Nederlandse als Belgische jongeren als problemen voor de toekomst aangeduid.

Een en ander blijkt uit een onderzoek van Goodyear onder 1.511 Nederlandse en 1.576 Belgische chauffeurs. Opvallend is dat er niet uitsluitend met de vinger wordt gewezen naar de overheid om mobiliteitsproblemen op te lossen. Zowel Nederlanders als Belgen vinden dat er zelf ook verantwoordelijkheid mag worden genomen, door bijvoorbeeld het openbaar vervoer te nemen om fileleed te verlichten. Directe kosten, zoals verhoogde belastingen, zijn niet bepaald populair bij de Nederlanders (67 procent) noch bij de Belgen (56 procent).

Vooral een verbetering van de prijs-kwaliteitverhouding bij het openbaar vervoer zou meer mensen aanzetten om de auto op te geven. Bestuurders uit beide landen vinden dat het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen zoals trein, tram, bus en (elektrische) fiets met een vijfde tot bijna een derde zal toenemen in de toekomst. Toch denkt de overgrote meerderheid dat ze in de nabije toekomst nog steeds een auto zullen bezitten, terwijl een kwart van de Nederlandse autobezitters zichzelf van vervoerswijze ziet veranderen, tegenover slechts 15 procent van de Belgische.

Uit het onderzoek blijkt ook dat er duidelijke verbanden zijn tussen de bezorgdheid over het toenemende verkeer en de impact hiervan op het milieu. Innovatie is dan ook van groot belang: bijna tweederde van de ondervraagde Nederlanders en Belgen is van mening dat tegen 2030 elektrische auto’s geïntegreerd zullen worden in het stadslandschap. Slimmere auto’s en verkeersborden zullen ook helpen om sneller en efficiënter van A naar B te kunnen reizen.

zondag 5 april 2015

Rechter vindt bijvullen parkeerautomaat niet in orde

Een Amsterdammer die de gemeente te slim af dacht te zijn door in een 10-cent-parkeergebied drie uur achter elkaar een 10-centskaartje te kopen, heeft terecht een parkeerboete ontvangen. Dat oordeelde de rechter vorige week in een rechtszaak die de parkeerder tegen de gemeente had aangespannen.

De Amsterdammer parkeerde zijn auto in de Van Woustraat waar maximaal één uur tegen het tarief van tien cent geparkeerd mag worden. De parkeerder had daarop drie uur achter elkaar een kaartje van tien cent gekocht, maar ontving toch een parkeerboete voor het langer dan één uur parkeren in het gebied.

Volgens de rechter kan na afloop van het eerste uur de parkeerduur niet worden verlengd door een tweede keer tien cent te betalen als er maar één keer geparkeerd is. Dat is namelijk in strijd met de parkeerduurbeperking van de gemeente.

woensdag 11 maart 2015

Pilot goedkoop parkeren in Utrecht mislukt

De pilot die de gemeente in januari heeft ingevoerd om voor het eerste half uur slechts 20 cent aan parkeergeld te betalen bij de Kanaalstraat/Damstraat is mislukt. Dat heeft het college van B&W gisteren laten weten.

De bedoeling van het lagere parkeertarief was om meer bezoekers naar het gebied te trekken en het moest het voor een betere beschikbaarheid van de parkeerplaatsen zorgen. Deze theorie bleek echter niet zo te werken in de praktijk.

Het lage tarief leverde een toename van extra autoverkeer voor de korte afstand op en het aantal bezoekers voor het winkelgebied is niet toegenomen. Het gevolg hiervan: de verkeerssituatie werd er hierdoor niet veiliger op. Het college ziet nu de parkeergarage Kop van Lombok als alternatief voor het goedkope tarief.

Gevolg van deze bevindingen is dat het goedkopere tarief van €0,20 voor een half uur parkeren niet ergens anders in Utrecht toegepast gaat worden. Het college is tot de conclusie gekomen dat de aantrekkelijkheid van een winkelstraat niet wordt bepaald door het parkeertarief. Daarnaast heeft het goedkope tarief een negatief effect op de parkeerexploitatie.

Bron: DUIC